Staman's weblog no 3

04/01/2016
Nieuwjaarscolums gaan over de kloof tussen de pessimistische bevolking en de optimistische politieke leiders. Maar waarover gaan ze nu echt?

Onder machthebbers heerst altijd optimisme ook, nee juist, als de tent afbrandt en mensen zich massaal van die machthebbers afwenden en boos zijn. Optimisme verwijst naar aanpakken en daden, naar stippen op de horizon, naar oplossen, veranderen en hervormen en ook naar moreel agentschap zou de filosoof zeggen, naar het nemen van verantwoordelijkheid.

‘Wir schaffen es’ zo brengt de regeringsleider van hiernaast dit optimisme op formule. Optimisme verwijst naar vooruitgang en verantwoordelijkheid ook in een brandend huis.  Samen staan we dan sterk. En als het toch fout dreigt te gaan sturen we de koning of de president erop af voor begrip, voor het persoonlijke en voor nationale solidariteit.

Om je zo te kunnen gedragen moet je wel enige afstand houden en het zelf niet al te beroerd hebben. Je eigen huis moet nog niet helemaal in de fik staan, zogezegd.

Ik schets hier de postpolitieke deliberatieve op consensus gebaseerde democratie. Al dat optimisme verwijst naar governance, naar beleid. Niet naar politiek. In China brengen ze de relatie tussen burger en regering op formule met waarden als harmonie en richten het openbaar bestuur in met een autoritaire meer confucianistische sturingsfilosofie.  Wat beide regeervormen gemeen hebben is dat het conflict onmiddellijk wordt geabsorbeerd in het grote zwarte gat van de governance en het beleid. Wir machen es. Maar graag postpolitiek. Geen grote verhalen. Kleine graag met afrekenbaar beleidsprogramma. Ook in China evalueert men zich suf. Burgers moeten waar voor hun geld.

En dan gaat het wel fout. Helemaal fout. Dan stapelt zich toch probleem op probleem en alle daadkracht ten spijt het loopt steeds meer uit de hand. Op de een of andere manier lijkt het gaspedaal vast te zitten en lijkt het stuurwiel noch de rem te werken.

Nu kun je twee dingen doen.

Voor watersnood kiest men voor de noodtoestand. Dit type noodtoestand sublimeert slechts het staatsoptimisme. En het werkt. Niks mis mee dus.

Bij zo’n stuurwielcrisis is er eigenlijk echt sprake van de noodtoestand. Dan echter zal deze term nooit en te nimmer vallen. Want heb je dat eenmaal gezegd dan kun je niet meer verschuilen in de ‘optimalization mode’ want stippen op de horizon, de taal van aanpakken, solidariteit en vooruitgang klinkt dan als een klets op een varken.  Onderdanen weten dan allang dat de leiders weliswaar met volle handen maar met een leeg hoofd geen kant meer op kunnen.

 En ze weten ook dat de governancepartijen buiten de regering lijden aan dezelfde kwaal.

Dat is nou een echte noodtoestand. Hier dreigt contractbreuk met het volk. En dan regeert de angst en de woede. Populisme en nationaalsocialisme groeien daarop.

Dan pas en dus veel te laat verschijnt het politieke, de strijd om een ander hegemonie die is gebaseerd op een nieuw verhaal. Die waarover agonisten als Bonnie Honig en Chantal Mouffe het hebben. Aan deze echte noodtoestand is niets optimistisch meer te onderscheiden. Het is de laatste poging het bestaande te handhaven. Dan ga je zelfs antidemocratische perverse streken uithalen. Dan ga je zelfs de burgers bespionneren.

Dan is het beter de crisis te ontkennen. In een democratie, die bestaat bij de gratie van postpolitiek optimisme, is deze noodtoestand een regelrecht taboe.

Ontkennen heeft evenwel een korte houdbaarheidsdatum. Het werkt niet omdat dat stuurwiel niet werkt. Zo simpel ligt het. Je komt-stuurloos- niet uit de problemen en wachten op betere tijden? Die komen niet. Integendeel. Het kalifaat, de politieke islam, Eurosclerose, systeemcrises en het nationaalsocialisme komen eraan maar ‘Wir machen es’?  Ja alleen als die term verwijst naar een groot nieuw verhaal. Maak et nou! Te laat.

Wat nu als we massaal terug moeten in welvaart. Wanneer vooruitgang voor onze kinderen er niet meer in zit, religies hun kwaadaardige kop opsteken en zich organiseren in militante identitairen, wanneer de neoklassieke economie en het mondiale financiële systeem in ademnood verkeren en de veranderende geopolitieke verhoudingen allemaal een kant op wijzen; verzwakking, conflict, dictatuur, corruptie en uitholling mensenrechten, op oorlog en migratie. Wanneer mensen, hoog en laag, gruwen van staatsoptimisme en ze de EU zien als de geperverteerde uitdrukking hiervan? Wat als de regering dan toch met kracht van cijfers de vooruitgang schildert, jubelt over hervormingen en het klimaatakkoord, ons alvast een belastingmeevaller in de hand drukt en het SCP ons -evidence based- toch allemaal weer gelukkig verklaart, wat dan?

Nou de burgers zullen radicaliseren. Wat had je dan gedacht? En bij wie kunnen ze dan terecht? Bij wie kun je terecht, dat is de politieke vraag.

Dan is er maar één partij met een gevaarlijk nieuw verhaal die het politieke spel kan spelen. De PVV. Ik hoop op Groen Links maar vrees dat mijn hoop ijdel is.  D66, mijn partij, is een notoire jubelpartij geworden -ambitieretoriek- voor welgestelden en kansrijken. Vroeger een gevaarlijke politieke beweging met een groot verhaal, nu even voorspelbaar als alle andere.

De PVV breekt de macht. Dat is de inzet. En die inzet is dus volkomen begrijpelijk. Voor iedere burger en ook voor de overige partijen. Maar die zijn grauw en moe en al lang niet meer van elkaar te onderscheiden want ze haten het grote politieke verhaal, beminnen de status quo en koesteren de daarop gebaseerde regeermacht waaraan zij gewoontegetrouw bij toerbeurt deelnemen. Zij voeren eigenlijk politieke schijngevechten. Mouvement sur place, meer is het niet. Hervormen is het toverwoord. Wij burgers snappen natuurlijk best de noodzaak van hervormingen maar vertrouwen het niet meer omdat we er niet meer bij horen. Net als in China

En ondertussen ontstaan links en rechts nieuwe verhalen in de samenleving, uit nood geboren maar buiten de politiek. Te laat?

Want nu  gebeurt het. Kijk naar Frankrijk en België en zie de kunstgrepen die de gevestigde orde moet uithalen om nog even in het zadel te kunnen blijven.

 Agonie, doodstrijd.

Maar goed, we houden er de moed in. De PVV wint enorm maar niet genoeg toch? Laat ons de rust bewaren en waardigheid en vertrouwen uitstralen.' Wir schaffen es auch ja ' 

Zou dit de strekking zijn van al die jaarwisselingsanalyses? En wat zegt tegen die achtergrond dan de weerzin van minister president Rutte tegen grote verhalen?