Staman’s weblog no. 2

02/11/2015
Mijn buurman hier in de universiteit van Tokio is een jonge Iraniër die achter elkaar publiceert, maar er de zin niet meer van inziet. Hij zou toch liever dokter geworden zijn. Dokters leiden volgens hem in tegenstelling tot onderzoekers wel een zinvol bestaan. Waar je ze ook tegenkomt. Tja, het valt niet mee om jaarlijks baanbrekend onderzoek te doen waarop de wereld wacht. Zelfs je onderzoeksgroep slaagt er niet in om dat eens per tien jaar voor elkaar te krijgen. Onderzoekers zijn ontdekkingsreizigers aan de rand van het 'denkbestaan'. Dat wel, zeker, maar velen van hen dragen slechts in bescheiden mate bij aan de al maar uitdijende wetenschappelijke wereldkennisvoorraad en met die bescheiden bijdrage moeten ze het doen. Hun hele onderzoeksleven lang.

Nou zou je denken dat je daar aan de rand van het bestaan met al zijn vergezichten en verrassende verbindingen toch op zijn minst zou verlangen om dit alles te delen met anderen die daar niet zijn. Studenten bijvoorbeeld. Je hebt wel een bijzondere kijk op de wereld. De onderzoekers die dat wel doen noemen we intellectuelen. Academisch gevormde leraren in het VWO, de gepromoveerden in het bijzonder,  behoren van oudsher zeker tot die groep. Wat is er dan toch gebeurd met het alsmaar uitdijende universitaire onderzoeksbedrijf dat onderzoekers als mijn buurman zelfs van die intellectuele rol geen feest meer weten te maken? Is het denkbaar dat onderzoeksleiders de geweldige maatschappelijke uitdaging om breed te denken vanuit hun grensgebied, ook niet meer overdragen op hun promovendi? Als een maatschappelijke verantwoordelijkheid, een belofte, die aard-en-nagelvast aan het beroep vastzit? Ik denk eerlijk gezegd dat die verantwoordelijkheid de enige reden is waarom we universiteiten zo hoog in het vaandel hebben en er zoveel belastinggeld voor willen betalen. Niet omdat universiteiten onze economie draaiende houden, niet omdat universiteiten onze grote problemen oplossen. Dat doen ze niet. Nee, omdat onze kinderen daar die intellectuele leraar ontmoeten, in zijn biotoop mogen opgroeien en door hem zullen worden gevormd naar zijn evenbeeld. Met minder horen we ook geen genoegen te nemen. Als hoogleraren het spoor bijster zijn en verdrinken in het najagen van excellent onderzoek, als dat de reden is waarom hun blik vernauwd raakt, dan is er gelukkig een uitweg. Minder onderzoek in een meer ontspannen sfeer. Misschien niet helemaal zoals vroeger maar toch ' ontspannen ' . De problemen in onze wereld worden toch wel opgelost. Vroeg of laat, misschien dan wel meer dankzij de universiteit.